Muziek in de Lebuinus

Video: Kirstin Gramlichop het Holtgraveorgel: Max Reger Toccata in d op. 59
Video: fragment concert Aart Bergwerff, Canto Ostinato met derwishdansers
Video: fragment opera Curlew River in de Lebuinuskerk

De Lebuinus heeft een mooie akoestiek. Vele beroemde muzikanten hebben in de loop der eeuwen gespeeld in de Lebuinus. En vele stemmen hebben er geklonken.

Grote ensembles en solisten. Oude en moderne muziek: Georg Friedrich Händel,  Albert Schweitzer, Daan Manneke, De Dijk, Solomon Burke, Frank Groothof, Spinvis: allen waren gast in de Lebuinus en traden er op. Het gebouw inspireert musici en kunstenaars vanuit verschillende richtingen steeds weer op nieuw. Vooral onze eigen eerste vrouwelijke cantor-organist: Kirstin Gramlich.

Elke week klinkt er orgelmuziek van de prachtige orgels die we hebben. Kijkt u vooral op de tabs hieronder over orgels en organisten. Rond de feestdagen wordt er natuurlijk extra aandacht besteed aan de muziek. Maar er zijn ook veel andere concerten. Met een rijke variëteit aan muziekkeuze en uitvoerenden. Kijkt u daarom ook op de tab van de stichting Lebuinusconcerten hieronder.

De Lebuinus is ook regelmatig locatie voor opname van tv-uitzendingen.

Houdt u de agenda en de berichten in de gaten. U kunt ook een abonnement nemen op onze nieuwsbrief. U kunt daarvoor inschrijven op de homepagina.

Stichting Lebuinusconcerten (SLC)

Over ons

Onze stichting Lebuinusconcerten wordt gevormd door enkele enthousiaste inwoners van Deventer die op één of andere manier betrokken zijn bij de Lebuinuskerk. Dit zijn:
Hans van Olst (voorzitter)
Wilma Nijland-Lambers (secretaris)
Ingeborg Griffioen (penningmeester)
Bert de Jong (Public Relations)
Kirstin Gramlich
Jan Kleinbussink
Teus de Mik
Margriet Stok

Onze missie

Wij willen verbindingen tot stand brengen tussen cultureel geïnteresseerde mensen uit Deventer en omstreken. Om dat te bewerkstelligen organiseren wij concerten in de monumentale Lebuinuskerk. Hierbij streven wij naar een programmering van onderscheidende culturele signatuur die gericht is op een brede kring van muzikaal belangstellenden, waarbinnen zowel professionals, amateurs, volwassenen en kinderen worden aangesproken. Onze concerten zijn altijd afgestemd op respectvol gebruik van het kerkgebouw en haar religieuze achtergrond.

We verwijzen nu voor meer informatie nog naar de huidige website. 

Koren

Op deze pagina leest u meer over onze drie koren:

  • de Lebuinuscantorij
  • het Uriëlconsort
  • de Liedboekcantorij

De Lebuinuscantorij

De Lebuinuscantorij bestaat uit een twintigtal enthousiaste amateurzangers en staat onder leiding van cantor-organist Kirstin Gramlich.

Ze zingt één keer per maand in de zondagse viering en daarnaast op kerkelijke hoogtijdagen en stelt zich steeds in dienst van de liturgische context. Het repertoire bestrijkt behalve liturgische gezangen een aanzienlijk deel van de koorliteratuur. Naast werken uit de renaissance, barok en romantiek worden moderne onbekende werken in vreemde talen niet geschuwd. De lofzang van de Heer kent immers elke taal.

De hoogtepunten van het kerkelijk jaar – Kerst en Pasen – zijn voor de Lebuinuscantorij steeds weer momenten waarop ze de rijke schat van de geestelijke muziek aan bijzonder veel mensen mogen laten horen. Zo’n achthonderd bezoekers komen naar de Grote of Lebuinuskerk om te vieren in deze prachtige ruimte met prachtige muziek. Vaak worden er grootschaligere werken van Bach, Monteverdi, Schütz maar ook Britten uitgevoerd, soms met  begeleiding van een professioneel instrumentaal ensemble en solisten.

In het jaar 2017 zal in Deventer bijzonder aandacht worden besteed aan het 500-jarige jubileum van de reformatie. De stad zit immers op de ‘Stationenweg’ van twaalf Europese steden waar in het verleden mijlpalen voor de reformatie werden genomen. De Lebuinuscantorij gaat daarom een uitwisseling aan met het Collegium Vocale aan de Dom te Worms/Duitsland, eveneens een belangrijke reformatiestad. De koren zullen tijdens de Wormser Kulturnacht en de Open Monumentendag 2017 te horen zijn in Worms en Deventer.

Naast deze muzikale uitdagingen levert de Lebuinuscantorij een essentiële bijdrage aan de gemeentezang waarin het koor de gemeente voorgaat. Het nieuwe Liedboek levert een grote schat aan vertrouwde en nieuwe liederen. Het levend houden van de lofzang voor de Eeuwige en de verdieping van de verkondiging door koormuziek zijn belangrijke doelen van de cantorij.

Interesse om mee te zingen?
Heb je een geschoolde stem en ruime koorervaring en houd je ervan om diepgravend met muziek aan de slag te gaan? Misschien is de Lebuinuscantorij dan iets voor jou! Op dit moment is in alle stemgroepen plaats voor nieuwe leden. Met name sopranen zijn heel welkom.

Voor meer informatie kun je contact opnemen met cantor-organist Kirstin Gramlich: organist@pkn-deventer.nl of (06) 42496414

Gerepeteerd wordt twee keer voorafgaand aan een dienst, op vrijdagavond en zaterdagmiddag. Een zorgvuldige voorbereiding van noten en tekst middels midifiles wordt zeer op prijs gesteld. Na een of twee keer deelnemen wordt door de dirigent een stemtest afgenomen.

BewarenBewaren


Het Uriëlconsort — een nieuw vesperensemble

Vespers zijn van oorsprong voornamelijk gezongen gebedsdiensten aan het einde van de middag. In de Lebuinuskerk gaan we vanaf dit jaar vaker dergelijke muzikale vespers houden. Hiervoor is een nieuw ensemble van acht zangers gevormd onder de naam Uriëlconsort. Ze zingen zonder dirigent, en afhankelijk van de behoefte kunnen ze ook in kleinere bezetting gaan meedoen in de vespers.

De naam Uriël komt van één van de vier aartsengelen die in de crypte van onze kerk zijn afgebeeld. Uriël wordt ook wel omschreven als 'brenger van het licht'. Dat is voor een vocaal ensemble ook een goede opdracht.

In de vesper van 8 januari 2017 heeft het Uriëlconsort voor het eerst gezongen. Naast een lied uit het Liedboek klonken toen ook een Magnificat van Mendelssohn en Psalm 99 van Sweelinck. Zeker van deze laatste componist wil het ensemble vaker iets gaan zingen. Sweelinck, die als een van de belangrijkste Nederlandse componisten wordt gezien, is immers in Deventer geboren en in de Lebuinuskerk gedoopt.


Liedboekcantorij

Liedboekcantorij

 

Dit koor is ontstaan uit bestaande koren, na de samenvoeging van de wijkgemeentes uit drie kerkgebouwen. Het koor heeft alle mogelijkheden voor enthousiaste zangers en zangeressen, die graag mee willen zingen. Er wordt veel aandacht besteed aan het ontwikkelen van de stemmen en het gehoor. Een geschoolde stem is niet direct een eerste vereiste. Naast het plezier in zingen, is er ook ruimte voor ontmoeting; vanaf 19.30 uur is een ieder hartelijk welkom voor een kopje koffie of thee.
Wij nodigen u graag uit om te komen kijken en meezingen op onze wekelijkse oefenavond.

Doelstelling: het koor ondersteunt de gemeente bij het zingen van liederen uit het nieuwe liedboek.

Optredens: het koor streeft ernaar om minimaal één keer per zes weken de gemeente te ondersteunen bij de zondagse viering.

Repertoire: naast het instuderen van veel meerstemmige Nederlandse liederen, is er ook ruimte 0m liederen in het Engels, Duits, Frans of andere talen te zingen.

Leiding en samenstelling: het koor staat onder leiding van een zeer enthousiaste dirigent, Miranda Stevels. Het koor bestaat momenteel uit 27 leden.

Repetitieavond: wekelijks op dinsdagavond van 20.00 uur tot 21.30 uur in Het Open Hof, Karel de Grotelaan te Deventer. (Gratis parkeergelegenheid.) Nadere info over de repetitieruimte volgt - i.v.m de verkoop van Het Open Hof.
Aanmelden kan bij:
Ben Draaijer          tel. 643346
Fenny Borger        tel. 635419
Ida Smeijers          tel. 789822
Tonny Scholten    tel. 635100

BewarenBewaren

BewarenBewaren
 

 

 

 

Organisten

Organistenbord aan de wand naar het Westportaal

Met Swibbert van Keizersweert begon in 1551 de lijst van organisten die met veel toewijding speelden in de Lebuinus. Een lijst die gezien het tijdbestek niet heel lang is, wat inhoudt dat de organisten jarenlang aan de Lebuinus verbonden waren. Zijn zoon Pieter Swibbertzoon volgde hem op voordat hij in 1564 naar Amsterdam vertrok om organist van de Oude Kerk te worden. Swibberts kleinzoon Jan Pieterzoon Sweelinck is in 1562 geboren en gedoopt in de Lebuinuskerk. Deze befaamde componist kwam nog enkele keren terug in Deventer als adviseur voor het orgel.

Het huidige orgel, het Holtgräveorgel uit 1839 is een rijksmonument en behoort tot de meest aantrekkelijke instrumenten in Nederland. Menige grootheid uit de muziekgeschiedenis kwam langs om erop te spelen. De meeste prominente mensen zijn zonder twijfel Georg Friedrich Händel en Albert Schweitzer.

Cantor-organist is op dit moment Kirstin Gramlich, de eerste vrouwelijke organist. Zij is vaste bespeler van het Holtgräveorgel en artistiek leider van de Lebuinuscantorij en het Uriëlconsort. Ze is artistiek adviseur van de stichting Lebuinusconcerten en de Zaterdagmiddagconcerten Deventer. Ook houdt ze zich bezig met educatie om zowel het zingen als haar fascinatie voor het orgelspel door te geven aan de volgende generatie. Op de pagina downloads: dit artikel over Kirstin.
Teus de Mik is de tweede organist van de Protestantse Gemeente Deventer. Voorheen was hij de organist van Het open Hof.

De rij van organisten van het Holtgräve-orgel en zijn voorgangers die vermeld staan op het bord:

1551 – Swibbert van Keysersweert
1574 – Gerrit Swybberts
1581 – 1591 Peter Panes
1591 – 1617 Wilhelm Kuyt (Weinichman)
1617 – 1625 Claude Bernard
1625 – 1667 Lucas van Lenninck
1667 – 1684 Georg Berff
1684 – 1732 Wessel Labare
1732 – 1771 Joseph Wilhelm Ernst Böhler
1771 – 1803 Johan Cristoffer Böhler
1803 – 1807 Cornelis Berghuys
1807 – 1808 Jan Willem Brandenburg
1808 – 1840 Jan van Tright
1840 – 1890 Cornelis Alijander Brands Buys
1890 – 1922 Johan Wilhelm Wensink
1922 – 1970 Arie van Opstal
1970 – 2013 Jan Willem Kleinbussink
2013 - Kirstin Gramlich

In de kerk zijn CD’s met de muziek van het Holtgräve orgel verkrijgbaar.

Orgels

Holtgräve orgel

Holtgräveorgel Lebuinus

In 1836-1839 bouwde Johann Heinrich Holtgräve (1798-1844) te Deventer het tegenwoordige orgel in neo-renaissance stijl. Hij nam daarbij vele delen (waaronder diverse registers en de volledige windvoorziening) over uit het voorgaande orgel, dat dateerde uit de 16e eeuw.

De geschiedenis van het instrument reikt terug tot de tijd waarin Jan Pz. Sweelinck’s grootvader en oom als organisten aan de Lebuinuskerk waren verbonden. Maar over de veranderingen die het orgel in de eerste eeuwen heeft ondergaan weten we lang niet alles. Bekend zijn de herstelwerkzaamheden in 1616 van Jan Morlet II uit Arnhem. Bij deze (en andere) gelegenheid werd Jan Pz. Sweelinck als visitator betrokken. Het orgel is in 1616 naar de noordzijde van de kerk verplaatst. In 1664 werd een nieuwe kast voor het orgel gemaakt en was Jan Smit(s), die van 1663 tot 1667 te Deventer woonde, bij de bouw van het orgel betrokken. Helaas zijn er geen gegevens bekend van de grote vernieuwing die Frans Caspar Schnitger in 1720-22 uitvoerde. Er is geen contract bewaard gebleven. Op 2 september 1720 besloot de magistraat, na lezing van ‘de bestekken der reparatie van ’t orgel in de Groote Kercke, overgegeven door den orgelmaker Snitger’ om ‘te accorderen over het concept, waerin mede de Vox Humana begreepen is.’ Schnitger plaatste in de orgelkast uit 1665 een orgel met drie manualen en aangehangen pedaal.

Holtgräve deed in 1835 uitvoerige onderzoekingen in het orgel van de Grote Kerk en hij had de grootst mogelijke waardering voor het historisch materiaal en de constructie. Zijn uitvoerig bestek ging uit van een orgel van 62 stemmen! De kerkvoogden vroegen aan de fa. Bätz en Co. om commentaar op dit bestek, hetgeen uitvoerig is geschied. Het gehele plan van Holtgräve vond Bätz te breedsprakig en te verward en hij maakte een bestek voor een nieuw orgel, uitgaande van 45 stemmen.

Holtgräve tekende in voor 9890 guldens. Hij was daarmee goedkoper dan concurrent en stadgenoot Naber en verkreeg derhalve de opdracht. Op 18 augustus 1839 is het werk gereed en de keurmeesters stelden vol bewondering vast dat ‘dit werk onder de fraaiste orgels in ons land genoemd mag worden.’ Helaas hebben enkele grote ingrepen het instrument daarna ernstig beschadigd. In de jaren 1890-92 werden de blaasbalgen en windladen door P. van Oeckelen en Zn. hersteld. Voor het problematische regeerwerk wist deze orgelmaker evenwel geen oplossing te vinden (de toetstractuur is tot op de huidige dag problematisch gebleven). Ook veranderde Van Oeckelen de oude orgelklank ingrijpend. De oude kamertoon werd op moderne toonhoogte gebracht en alle tongwerken van Schnitger en Holtgräve werden vervangen of vernieuwd.

In de jaren 1972-1975 werd het orgel grondig gerestaureerd naar de situatie van 1839 door de fa. Flentrop, onder adviseurschap van Dr. Vente. Teneinde de klankkleur van 1839 te kunnen herstellen kreeg het orgel negen nieuwe tongwerken (kopieën van Schnitger-tongwerken uit Alkmaar) en werd de oude windvoorziening weer in gebruik genomen en de dispositie gereconstrueerd. In de 90-er jaren werd door zorgvuldige herintonatie de oude klankleur zoveel mogelijk hersteld. Het instrument telt 45 registers, verdeeld over 3 manualen en pedaal. 17 stemmen dateren (grotendeels) uit 1722. Het orgel draagt de weerklank van de late barok. Holtgräve zocht hier bewust aansluiting bij Franz Caspar Schnitger en verwerkte veel van diens pijpwerk.

In 2016 vond er een uitvoerige restauratie van het orgel plaats door Reil in Heerde. Voor de tweede fase wordt nog naar aanvullende financiering gezocht.Aan de restauratie is een fase van grondig onderzoek voorafgegaan met de intonateur Jan Koelewijn van Orgelmakerij Reil, Hans Reil, onze adviseur van de Rijksdienst Wim Diepenhorst en mijzelf. We hebben de mogelijkheden tot verbetering bestudeerd en uitgeprobeerd.
Al lang was geconstateerd dat deze hele grote pijpen, onze basregisters, amper geluid maken, wat ongunstig is in een zo grote kerk als de Lebuinus. Want de lage pijpen maken de langste klankgolven, die de klank ver de kerk in kunnen dragen. De pijpen zijn in Heerde in de werkplaats van Orgelmakerij Reil grondig onder handen genomen. Alle gaatjes en kieren, die in de loop der tijd zijn onstaan werden dicht gemaakt.
Begin februari zijn we met een groep naar Heerde gegaan om de klankresultaten te bewonderen. Wat bleek is dat de pijpen van Holtgräve helemaal goed zijn en het uitstekend doen. Het lag dus niet aan de pijpen dat ze in onze kerk zo slecht spreken.
De orgelmaker kwam terug naar de Lebuinus om naar de boringen te kijken door welke de wind in de pijpen moet stromen. Hier was het dus mis! Deze plaat met boringen die pas in de jaren ’50 in het orgel kwam en de originele plaat van Holtgräve verving had veel te kleine gaatjes. Er stroomde dus te weinig wind in de pijpen. We lieten de kans dus niet liggen om de boringen onmiddellijk te laten vergroten.
Begin maart kwamen de pijpen weer terug. Velen hebben onze Prestant 16voet en Subbass 16voet op de grond bekeken.
Toen de pijpen er eenmaal weer in stonden kon de intonateur aan de slag: (in dit geval Jan Koelewijn) die weet hoe de klank het mooist is, of kan zijn, en zo lang aan de pijpen sleutelt tot hij het gewenste resultaat heeft bereikt.
De draagkracht is nu goed omdat de hele orgelklank in een stevig basfundament kan versmelten. Door de ingreep zijn veel mogelijkheden onstaan omdat ik met minder registers de hele kerk kan begeleiden. Dan blijven er meer mogelijkheden over om kleurijke voorspelen te maken en het orgel in al zijn klankrijkdom in de dienst te laten horen. Na drie jaar is het heel inspirerend om ons orgel weer opnieuw uit te vinden.
We zijn er nog niet. Jan Koelewijn zei dat ons orgel een Doornroosje is dat we wakker moeten kussen. Wat zal het toch een feest zijn als we onze plannen kunnen realiseren. We hebben er veel vertrouwen in dat het Holtgräveorgel een nog prominentere plek in het Nederlandse orgellandschap gaat innemen en een nog nauwkeuriger historisch document kan zijn van het werk van Holtgräve.
Maar voor ons is vooral belangrijk en plezierig dat we na voltooing zondag voor zondag van prachtige orgelmuziek kunnen genieten. We werken momenteel aan subsidieaanvragen om de voorgestelde verbeteringen uit te kunnen voeren. Ook de Vrienden van de Lebuinus gaan zich hiervoor inzetten.
Van het bezoek aan Reil en de plaatsing van de pijpen is een filmpje gemaakt. Zo kunt u ook het verschil letterlijk horen. Zie de pagina video's op deze website.
Kirstin Gramlich
Voor de registers van het orgel kunt u deze pdf downloaden. Uit een Duitse brochure die is gemaakt over de kerkorgels in de stad Deventer in 2016. (Een Nederlandse versie is nog niet beschikbaar.)

Het koororgel

Koororgel Lebuinus

Het koororgel, gebouwd door de Fa. Van Leeuwen en Zn. te Leiderdorp, werd in 1942 geschonken door de heer D.L. Ankersmit. Door de oorlogsjaren kon het instrument pas in 1950 in gebruik worden genomen. In de orgelkast werd veel hout verwerkt van gebombardeerde huizen in Deventer. Het orgel is electro-pneumatisch. De recent gerestaureerde speeltafel bevindt zich op het hoogkoor. Het wordt voornamelijk gebruikt bij erediensten die op het koor worden gehouden. Dit zijn o.a. avonddiensten, cantatediensten en huwelijksinzegening.


Het kistorgel

Een kistorgel is gemaakt volgens de eeuwen oude principes van het kerkorgel, maar dan heel compact gebouwd met als regel maartwee of drie rijen pijpen (registers), die men met een registerknop kan inschakelen of uitschakelen. Een kistorgel heeft ook een kleine windmachine, een klein balgje, een windlade waar de pijpen op staan, tussen de 100 en 250 pijpen van uiterst klein tot bijna een meter groot en uiteraard een toetsenbord, om het orgel te kunnen bespelen. De pijpen zijn meestal van hout gemaakt (zoals in ons geval) maar er zijn ook kistorgels met metalen pijpen. Een kistorgel is aldus een compleet en eenvoudig verplaatsbaar klein kerkorgel. Het kan op iedere plek in de kerk worden opgesteld en was vanuit de historie gedacht het instrument bij uitstek om met zangers en instrumentalisten in de eredienst samen te werken.

Al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw is de fa. Klop in Garderen gespecialiseerd bouwer van klavecimbels, kistorgels, studieorgels en kerkorgels. Het was in die tijd dat de historisch verantwoorde wijze van uitvoeren van barokmuziek hernieuwd de aandacht kreeg. Vader Gerrit Klop zag de uitdaging en vanaf 1961 heeft hij zich dan ook ontwikkeld tot een professionele bouwer van toetsinstrumenten op historische basis. De naam Klop is in de jaren daarna wereldwijd een begrip geworden,synoniem voor ambachtelijke instrumenten, vakmanschap en betrouwbaarheid. Synoniem ook voor authentieke klankkleur, duurzaamheid en technische perfectie. Deze traditie wordt sinds 1995 voortgezet door zoon Henk Klop, samen met een tiental gemotiveerde medewerkers. De orgels en klavecimbels worden door de firma nauwgezet gebouwd naar historische voorbeelden. Vakmanschap en ambacht tot in de details kenmerken het werk. Toch is er nog ruimte voor persoonlijke inbreng. En dat was ook nodig, gezien de specifieke situatie in de Grote Kerk. Ingaande op voorstellen van Jan Kleinbussink heeft Henk Klop in nauwe samenwerking een kistorgel ontwikkeld, dat de eerste kan zijn in een nieuwe reeks. Het orgel kreeg aparte registers voor het spelen van continuo-partijen bij zangers en instrumentalisten alsmede een speciaal prestantregister voor koor- en ook gemeentezang-begeleiding. Daardoor is het instrument qua afmeting ook iets groter dan het standaard kistorgel. Daarnaast was er nog een complicerende factor: de toonhoogte van beide orgels in de Grote Kerk (hoofdorgel en daarvan afgeleid: het koororgel) is aan het einde van de 19de eeuw door het afsnijden van duizenden pijpen en pijpjes zodanig gewijzigd, dat de basistoonhoogte, gerekend naar de huidige muziekpraktijk, nu veel te hoog staat afgesteld. De huidige orgels kunnen dan ook nooit samenspelen met een orkest of met een piano, hoe jammer dat ook is. Voor het nieuwe kistorgel was er dus de keuze: of qua toonhoogte afstemmen op de eisen van de tijd met alle mogelijkheden van dien maar dan niet samen kunnen spelen met de bestaande orgels in de kerk, of omgekeerd, afstemmen op de orgels en verder niks. Een compromis bleek echter ook mogelijk: doordat het orgel twee basisregisters heeft gekregen (twee zogenaamde 8-voets registers) kan nu beide en zelfs in directe afwisseling. Eenvoudig uitgedrukt: men kan nu het ene register afstemmen op piano- en instrumentenhoogte en het andere op de stemming van beide orgels. Ook dit was nieuw voor de fa. Klop en betekende dat er niet één rij pijpen in volledige lengte in het kistje geplaatst moesten worden, maar twee! Daarom moest het orgel ook wel iets groter worden. Losse pijpen buiten het orgel waren immers zeer ongewenst, in verband met vervuiling of mogelijke vernieling.
Op zondag 18 januari 2009 is het nieuwe kistorgel aan de gemeente gepresenteerd.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Beiaardiers

In de Lebuinus hangt behalve het bord van de organisten ook het bord met de stadsbeieaardiers van Deventer. De huidige beiaardier is Jan Willem Achterkamp die de inwoners en bezoekers van Deventer regelmatig verrast met bekende melodieën die over het centrum uitgestrooid worden.

De klokken van de Lebuinustoren zijn in 2008 voor het laatst grondig gerestaureerd.